Afgelopen weekend had ik geluk. Een missieteam van het Provincial Recontruction Team (PRT) ging voor twee dagen de poort uit. En ze hadden nog een plekje over. Die kans laat je natuurlijk niet schieten. En daarbij was het een mooie gelegenheid om nu eens een verhaal over het PRT ‘in het veld’ te maken. Dus zaterdag reed ik met al mijn meuk, in goed gezelschap van een peloton infanteristen, weer de poort uit.
Een lange rit is het niet. Slecht een aantal kilometer zuidwestelijk van Tarin Kowt krijgen de leden van het PRT het eerste doel in zicht. In een dorpje, waar op het moment een schaarste aan water is, bekijken twee leden van het missieteam de opties voor het plaatsen van enkele waterpompen. Een lastig karwei, omdat eerst heel nauwkeurig moet worden uitgezocht hoe de verschillende verhoudingen tussen de inwoners van het drop liggen. Het plaatsen van een pomp aan de ene kant van het dorp kan tot jalousie leiden aan de andere kant. Een hieruit volgend conflict kan al snel flink uit de hand lopen. Diplomatieke eigenschappen zijn de PRT’ers niet vreemd. Zowaar valt er een klein regenbuitje, dat letterlijk als een druppel op een gloeiende plaat kan worden beschouwd.
Checkpoint
Laat in de middag verplaatst de patrouille zich richting een politiepost van de Afghan National Police (ANP), standaard gelegen op een hoge kale berg die een goed overzicht verschaft op de omgeving. Bovenop is er net genoeg ruimte voor alle pantservoertuigen. We zullen er de nacht gaan doorbrengen. De agenten die dienst hebben op de post, verwelkomen ons hartelijk. Ze blijken een enorme hekel te hebben aan de Taliban. Dat schept dus een band. Bij het PRT zitten ook militairen van de Koninklijke Marechaussee, die toezien op de verschillende trainingen van de Afghaanse agenten. Een mooie gelegenheid om eens te kijken hoe de trainingen in de praktijk uitpakken. Daarom wordt er een kleine opfriscursus ‘voertuigen doorzoeken’ voor de agenten op touw gezet. Als de duisternis invalt, wordt beneden bij de weg een Vehicle Checkpoint (VCP) ingericht. Drie agenten moeten alle voertuigen controleren die langskomen en de inzittenden fouilleren. Er is voor de nachtelijke uren gekozen vanwege het verrassingseffect.
Whisky
Ik krijg te horen dat ik van 22.00 uur tot 0.00 uur wacht moet draaien. Het eerste uur beneden bij het checkpoint, en het tweede uur bovenop de berg bij de politiepost. Geen probleem. Om 21.00 uur staat er echter al een korporaal in de duisternis naast mijn veldbedje om te vertellen dat het tijd is voor mijn shift. Het komt wel vaker voor dat het wachtschema niet helemaal waterdicht is. Maar aangezien ik toch nog geen slaap heb, hang ik mijn scherfvest om mijn nek, onderwerp ik me aan mijn opsvest en snor ik mijn geweer op. In het pikkedonker schuifel ik voetje voor voetje de heuvel af. Beneden staan twee voertuigen, een gepantserd rupsvoertuig en een MB met twee militairen. Er zouden ook drie agenten moeten zijn, maar ik zie ze niet in de maanloze nacht. Pas met de nachtkijker merk ik ze op. Ze zitten verveeld in de berm. Er is op dit uur geen kip meer op de weg. Geen wonder. Overdag zijn de wegen al amper begaanbaar, dus een tripje maken in de inktzwarte nacht is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Na een uurtje rondhangen bij de VCP mag ik door naar de volgende wachtlocatie, honderd meter hoger bij de politiepost. Daar word ik tot wachtcommandant bevorderd. Derhalve komt al het radioverkeer bij mij binnen. “Whisky Charlie, hier post 1…. Op twee uur gaat een lichtje aan en uit…. Over.” “Hier Whisky Charlie voor post 1…… In de gaten blijven houden… Bijzonderheden melden….. Uit.” Ik ben dus voor een uur Whisky Charlie. Dichterbij een borrel kom ik deze missie niet.
Remslaap
Nadat ik om 23.00 uur aan Kamp Holland heb gemeld dat er geen bijzonderheden zijn, wacht ik op de aflossing, die echter pas om 23.30 komt aankakken. Verlost van mijn taken zoek ik op de tast mijn veldbedje op. Uiteraard staat deze precies op een schuin aflopend stukje grond, waardoor ik de hele nacht naar de linkerkant rol en gedeeltelijk op de aluminium zijbalk lig. Maar ik kan toch niet slapen, dus wat geeft het. De nacht breng ik door met het in en uit mijn remslaap vallen. Telkens als ik door de deur van dromenland wil stappen, wordt de motor van de Bushmaster vlak naast mij gestart, om de accu’s op te laden. Om 05.30, als ik zowaar even van de wereld ben, staat er plotseling toch weer een korporaal naast mijn bed. “Tijd voor de wacht”, zegt hij. Ik wil nog tegensputteren, maar bedenk mij op tijd dat ik als beginnend infanterist geen gezichtsverlies wil lijden. En een goede nachtrust zit er nu toch al niet meer in. Dus kan het ritueel van het ‘omhangen’ weer beginnen. Het scheurende geluid van klittenband en het rammelen van de munitiemagazijnen klinkt oorverdovend hard in vroege vredige ochtend. Als een langzaam openvallend gordijn valt al wat mager zonlicht op het Afghaanse landschap.
Vrouwen
Ik sta nog geen minuut bij de VCP of de eerste voertuigen komen in grijze stofwolken aanjakkeren. Het forensenverkeer komt blijkbaar vroeg op gang. Naast mijzelf staan er twee Afghaanse agenten in de VCP en zijn er twee Nederlandse militairen aanwezig, die allebei een wapen op de twee voertuigen bemannen. De agenten kijken mij aan, ik kijk vertwijfeld terug. Blijkbaar denken ze dat ik ze moet aansturen. Gelukkig is er ook een tolk ter plaatse. Na enkele van mijn handgebaren en de vertaling van de tolk komen de agenten in actie en beginnen de voertuigen aan te houden. Inmiddels staan er aan beide kanten van de VCP meerdere auto’s te wachten. Waar blijft de versterking!!!??? Gelukkig komt er nog een agent de berg afgesjokt. Geen moment te vroeg, want het wordt steeds drukker op de weg.
Er stopt een bestelbusje volgestouwd met mannen. Ze zitten zelfs op het dak. Ze moeten allemaal uitstappen. Bij twintig stop ik met tellen. Aan de andere kant is consternatie ontstaan. Op de achterbank van een auto zitten twee vrouwen. Tot woede van hun mannen ontkomen ook die niet aan een controle. Met haast trommel ik een vrouwelijke militair van de Battlegroup op om de vrouwen te fouilleren. Maar dat biedt geen soelaas. De discussie tussen de agenten en inzittenden van het voertuig loopt steeds hoger op. Hier en daar weet de tolk wat flarden te vertalen. “Ze vinden het niet leuk dat hun vrouwen gefouilleerd worden”, zegt hij. Zover was ik ook al. Ik vraag aan de tolk of hij wil vertalen dat het ook voor hun eigen veiligheid is dat iedereen gefouilleerd wordt. Een kansloze poging. De vernietigende blikken van onder de tulbanden spreken boekdelen. In besluit mij niet verder in deze discussie te mengen. Uiteindelijke stappen de mannen kwaad in hun auto en rijden door. Mooi, want aan de andere kant staat inmiddels een ‘jingle’truck, een typisch Afghaanse vrachtwagen, behangen met kettinkjes die liefelijk klingelen in de wind. De chauffeur blijkt echter een familielid van de commandant van de politiepost. De agenten willen hem een vrijbrief geven. Ik probeer wederom tevergeefs duidelijk te maken dat ze consequent moeten zijn, maar uiteindelijk breek ik onder het klagelijke protest van de agenten. De truck rijdt zonder controle door.
Poppy
Dan komt het verlossende woord over de radio. “De VCP afbreken en terug naar de post”. Boven snel de boel inpakken, want de dag zit weer vol PRT-bezoekjes. Te beginnen bij een dorpje niet ver van de politiepost, waar we dan ook lopend naar toe gaan. Dwars door de poppyvelden komen we aan bij een schooltje. De docenten zijn hartelijk. Ze vertellen dat er 210 kinderen les krijgen. Echter zijn het allemaal jongetjes. Hoe zit het met de meisjes? “Die leren thuis”, verzekeren de leraren. Het zal wel. De kids vinden de militairen in ieder geval razend interessant. Grote groepen verzamelen zich rond de robuuste, met wapens en munitie behangen kerels.
Maar we gaan alweer verder. Er volgt nog één opdracht. De genie (militairen die zich hebben gespecialiseerd in het bouwen van dingen) willen graag nog even kijken bij een mogelijke doorwaadbare plek in een nabijgelegen rivier. Niet veel later sta ik dan ook kniediep in het kabbelende water mijn evenwicht onder controle te houden op de gladde rivierkeien. Eenmaal op de locatie aangekomen zien de mannen van de genie al snel dat de plek zich niet leent voor een oversteekplaats. We maken rechtsomkeert, terug de rivier in. Maar ach, de schoenen waren toch al nat. Dan is het tijd om weer richting Kamp Holland te rijden. Lekker droge sokken aantrekken.
Categorie: Add new tag
mei 9, 2008 at 3:31 pm
Je schrijft op een leuke manier, ga zo door.
Zelf ben ik nu een maandje terug van KH.
Houd het leuk en houd het veilig.
Sterkte,
Richard
mei 10, 2008 at 8:36 pm
Weer een prachtig verslag, Martijn. Je begint je draai te vinden in dit, voor ons, op z’n minst merkwaardige land. Blijf wel op je hoede in dit merkwaardige land…
mei 11, 2008 at 12:46 pm
Het is weer een beschrijfelijk mooi avontuur. Of zeg ik dan teveel. Doe het kalm an daar in die hitte en zoals als ik al vaker zei “Keep up the good work”.
mei 12, 2008 at 10:34 am
Je begint een echte zandhaas te worden Bronkhorst. Goed verhaal en mooie nieuwe foto boven op je pagina. Ik zie alleen toch liever die met pen en blocnote..
succes
mei 15, 2008 at 7:53 pm
poppyvelden, ha, ha
De foto’s zijn gaaf! Stoer geposeerd.
Ik zie ook dat iemand zich met die bus serieus heeft uitgesloofd, het is een rijdend kunstwerkje. Plaatselijke connexxion?
Wederom: hou je sokken droog.
Groetjes, Marzena