Vlieg er eens uit

juli 12, 2008 by bronkhorst

Na een lange radiostilte heb ik toch de moed en kracht gevonden om weer eens wat neer te priegelen op deze weblog. Verschillende mensen wezen mij erop dat het laatste bericht alweer van begin mei dateert. Hoewel ik hier in Uruzgan bepaald niet heb stilgezeten, ontbrak eigenlijk simpelweg de wil om een verhaaltje te plaatsen. Echter, op veler verzoek (ongeveer drie mensen attendeerden mij op de verwaarloosde weblog, dus ik heb in ieder geval drie lezers….dus), heb ik de inspiratiebron nog wat dieper uitgeboord en zowaar een vleugje tekst op weten te pompen. De afgelopen week stond in het teken van een aantal tochtjes met de helikopter.

 

De MI26, ofwel de ‘Halo’, doet geregeld wat stof opwaaien.

 

 

 

Op dinsdag konden de cameraman (en fotograaf) Richard en ik meevliegen met de MI 26,  de grootste transporthelikopter ter wereld, ook wel de ‘Halo’ genoemd. Deze immense helikopter vliegt een aantal keer per week naar Kamp Holland en Camp Hadrian in Deh Rawod om de voorraden op de kampen op peil te houden. Er wordt dus veel voedsel mee vervoerd, maar er kunnen ook complete voertuigen met deze luchtreus worden overgevlogen. Of, zoals dinsdag, een groot aantal koelkasten. Dan hoeven ze op Deh Rawod niet de hele tijd warme flesjes water te drinken. En serieus, het drinken van warm water is in een oververhit klimaat is echt niet lekker. De Halo wordt door Defensie ingehuurd bij een transportbedrijf. De crew bestaat uit Russen. En die zijn lekker makkelijk. Geen gedonder met veiligheid, maar gewoon lekker tijdens de vlucht rondlopen in het reusachtig laadruim, met je hoofd uit de ronde raampjes hangen en lekker genieten van de slome, prettige vlucht. Door deze soepele Russische houding konden Richard en ik maximaal filmen en foto’s schieten. Bruine messcherpe bergkammen, grijze drooggevallen rivierbeddingen en donkergroene vruchtbare stroken land trokken langzaam onder ons door. (ivm de welbekende kleurenblindheid neem ik geen verantwoordelijkheid voor eventuele foutief gebuikte kleuraanduidingen). Na een half uurtje vliegen landden we op Camp Hadrian in Deh Rawod.  De vervoerde spullen werden razendsnel uitgeladen, nieuwe zooi erin, en hop, voor we het wisten hingen we alweer in de lucht. Terug naar TK.

Typisch Uruzganees landschap.

 

 

Kotsen

De volgende dag stonden Richard en ik echter al weer om 06.00 uur paraat bij de ‘heli landing site’. Dit keer om met een Chinook helikopter richting Chora te vliegen. Hier zou een nieuw schoolgebouw geopend worden. De heenvlucht laat zich het best omschrijven als een twintig minuten durende achtbaanrit. Sterk stijgend, dan weer een vrije val-achtige  duikvlucht makend, kliefden de wieken door Uruganeese lucht. Normaliter zijn het capriolen waar ik wel voor te porren ben. Echter wekte deze vliegkunst antiperistaltische bewegingen bij me op, ofwel, het kotsten stond mij nader dan het lachen. Misschien had ik toch snel een ontbijtje moeten wegtikken voor vertrek. Maar mijn ontbijtroutine bestaat al maanden uit een kop koffie, begeleid door een sigaretje. Maar voor deze vlucht wellicht toch iets te licht op de maag. Afijn, het helletochtje duurde gelukkig niet zo lang, dus voordat mijn lege maag de kans had om nog leger te worden, stond de Chinook al aan de grond in Chora. Schooltje openen, fotootjesmaken, aangezien Richard bezig was met de videocamera, snel een paar druiven in mijn mik stoppen en we konden alweer naar de landingsite voor de terugvlucht. Die verliep overigens zonder noemenswaardige lichamelijk problemen, dus kon ik even lekker van het immer prachtige uitzicht genieten.

 

Tour of Duty

Tenslotte stond er voor vrijdag een tripje naar de Baluchivallei op het programma. Afgevaardigden van het provinciaal bestuur van Uruzgan brachten voor het eerst een bezoek aan deze regio, omdat met de komst van een nieuwe buitenpost in dit gebied de veiligheid met sprongen vooruit is gegaan. Richard en ik natuurlijk mee, wederom gebruikmakend van de luxe die de snelheid van de Chinook met zich meebrengt. Vanaf Kamp Holland is het hooguit tien minuutjes ‘wentelwieken’ naar de Baluchivallei. Maar het zijn wel 10 fantastische minuten. Laag over de grond scherend zocht de heli zijn weg door het kale en door de zon verschroeide landschap. Het ding vloog af en toe zo laag dat je regelmatig vermoedde dat we de grond nu toch echt zouden gaan raken. Enige visoenen met de succesvolle jaren ’80 serie Tour of Duty waren mij tijdens de korte vlucht niet vreemd. Ik begon zelfs onbewust de begintune Paint it Black van de Stones te neuriën. Waarschijnlijk door een iets verhoogd adrenalinegehalte hield mijn lichaam zich goed, ondanks mijn ongewijzigde ontbijtprotocol. Rakelings scherend langs bergkammen, dan weer scherp naar recht of links zwenkend, zette de piloot het toestel na tien minuten perfect op de plaats van bestemming. Stofwolken van tientallen meters hoog ontrokken de hele omgeving aan het zicht.

 

Na afloop van de bijeenkomst tussen verschillende lokale bewoners, Afghaanse bestuurders en collega’s van het Provincial Reconstruction Team, moesten we nog even een paar uurtjes wachten op de lift terug. Bij temperaturen die de veertig graden ruim overstegen, betekende dat lekker goed transpireren, water drinken, en dat er dan meteen weer uit zweten.

Edoch, op een gegeven moment kwam dan toch het geluid van klappende wieken over de heuvels aanrollen. Staande bij de landingsplaats weet je dat zodra de heli gaat landen, je een orkaan aan stof, steentjes en ander stukken Afghaans landschap over je heen krijgt. Je probeert je dan ook zo goed mogelijk tegen deze ‘stoftsunami’ te beschermen. Eenmaal geland begon het inbeuken tegen de gloeiende met kerosine doordrenkte wind die de motoren van de Chinook uitbraakte en probeerde ik de ‘chopper’ te bereiken. Laatste man aan boord? En weg was de helikopter weer. Met hetzelfde recept: een spectaculair tochtje, grandioze vergezichten en een aantal nieuwsgierige lokale bewoners achterlatend onder een dik gordijn van het fijnste stof op aarde.

foto: Guus Dubbelman

Een Tsunami aan Afghaans landschap vliegt om je oren als de Chinook de landing inzet.

Een weekend mee met het PRT

mei 8, 2008 by bronkhorst

Afgelopen weekend had ik geluk. Een missieteam van het Provincial Recontruction Team (PRT)  ging voor twee dagen de poort uit.  En ze hadden nog een plekje over. Die kans laat je natuurlijk niet schieten. En daarbij was het een mooie gelegenheid om nu eens een verhaal over het PRT ‘in het veld’ te maken. Dus zaterdag reed ik met al mijn meuk, in goed gezelschap van een peloton  infanteristen, weer de poort uit.

 

 

Een lange rit is het niet. Slecht een aantal kilometer zuidwestelijk van Tarin Kowt krijgen de leden van het PRT het eerste doel in zicht. In een dorpje, waar op het moment een schaarste aan water is, bekijken twee leden van het missieteam de opties voor het plaatsen van enkele waterpompen. Een lastig karwei, omdat eerst heel nauwkeurig moet worden uitgezocht hoe de verschillende verhoudingen tussen de inwoners van het drop liggen. Het plaatsen van een pomp aan de ene kant van het dorp kan tot jalousie leiden aan de andere kant. Een hieruit volgend conflict kan al snel flink uit de hand lopen. Diplomatieke eigenschappen zijn de PRT’ers niet vreemd. Zowaar valt er een klein regenbuitje, dat letterlijk als een druppel op een gloeiende plaat kan worden beschouwd.

 

Checkpoint

Laat in de middag verplaatst de patrouille zich richting een politiepost van de Afghan National Police (ANP), standaard gelegen op een hoge kale berg die een goed overzicht verschaft op de omgeving. Bovenop is er net genoeg ruimte voor alle pantservoertuigen. We zullen er de nacht gaan doorbrengen. De agenten die dienst hebben op de post, verwelkomen ons hartelijk. Ze blijken een enorme hekel te hebben aan de Taliban. Dat schept dus een band. Bij het PRT zitten ook militairen van de Koninklijke Marechaussee, die toezien op de verschillende trainingen van de Afghaanse agenten. Een mooie gelegenheid om eens te kijken hoe de trainingen in de praktijk uitpakken. Daarom wordt er een kleine opfriscursus ‘voertuigen doorzoeken’ voor de agenten op touw gezet. Als de duisternis invalt, wordt beneden bij de weg een Vehicle Checkpoint (VCP) ingericht. Drie agenten moeten alle voertuigen controleren die langskomen en de inzittenden fouilleren. Er is voor de nachtelijke uren gekozen vanwege het verrassingseffect.

Whisky

 

Ik krijg te horen dat ik van 22.00 uur tot 0.00 uur wacht moet draaien. Het eerste uur beneden bij het checkpoint, en het tweede uur bovenop de berg bij de politiepost. Geen probleem. Om 21.00 uur staat er echter al een korporaal in de duisternis naast mijn veldbedje om te vertellen dat het tijd is voor mijn shift. Het komt wel vaker voor dat het wachtschema niet helemaal waterdicht is. Maar aangezien ik toch nog geen slaap heb, hang ik mijn scherfvest om mijn nek, onderwerp ik me aan mijn opsvest en snor ik mijn geweer op. In het pikkedonker schuifel ik voetje voor voetje de heuvel af. Beneden staan twee voertuigen, een gepantserd rupsvoertuig en een MB met twee militairen. Er zouden ook drie agenten moeten zijn, maar ik zie ze niet in de maanloze nacht. Pas met de nachtkijker merk ik ze op. Ze zitten verveeld in de berm. Er is op dit uur geen kip meer op de weg. Geen wonder. Overdag zijn de wegen al amper begaanbaar, dus een tripje maken in de inktzwarte nacht is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Na een uurtje rondhangen bij de VCP mag ik door naar de volgende wachtlocatie, honderd meter hoger bij de politiepost. Daar word ik tot wachtcommandant bevorderd. Derhalve komt al het radioverkeer bij mij binnen. “Whisky Charlie, hier post 1…. Op twee uur gaat een lichtje aan en uit…. Over.” “Hier Whisky Charlie voor post 1…… In de gaten blijven houden… Bijzonderheden melden….. Uit.” Ik ben dus voor een uur Whisky Charlie. Dichterbij een borrel kom ik deze missie niet.

 

Remslaap

 

Nadat ik om 23.00 uur aan Kamp Holland heb gemeld dat er geen bijzonderheden zijn, wacht ik op de aflossing, die echter pas om 23.30 komt aankakken. Verlost van mijn taken zoek ik op de tast mijn veldbedje op. Uiteraard staat deze precies op een schuin aflopend stukje grond, waardoor ik de hele nacht naar de linkerkant rol en gedeeltelijk op de aluminium zijbalk lig. Maar ik kan toch niet slapen, dus wat geeft het. De nacht breng ik door met het in en uit mijn remslaap vallen. Telkens als ik door de deur van dromenland wil stappen, wordt de motor van de Bushmaster vlak naast mij gestart, om de accu’s op te laden. Om 05.30, als ik zowaar even van de wereld ben, staat er plotseling toch weer een korporaal naast mijn bed. “Tijd voor de wacht”, zegt hij. Ik wil nog tegensputteren, maar bedenk mij op tijd dat ik als beginnend infanterist geen gezichtsverlies wil lijden. En een goede nachtrust zit er nu toch al niet meer in. Dus kan het ritueel van het ‘omhangen’ weer beginnen. Het scheurende geluid van klittenband en het rammelen van de munitiemagazijnen klinkt oorverdovend hard in vroege vredige ochtend.  Als een langzaam openvallend gordijn valt al wat mager zonlicht op het Afghaanse landschap.

 

Vrouwen

 

Ik sta nog geen minuut bij de VCP of de eerste voertuigen komen in grijze stofwolken aanjakkeren.  Het forensenverkeer komt blijkbaar vroeg op gang. Naast mijzelf staan er twee Afghaanse agenten in de VCP en zijn er twee Nederlandse militairen aanwezig, die allebei een wapen op de twee voertuigen bemannen. De agenten kijken mij aan, ik kijk vertwijfeld terug. Blijkbaar denken ze dat ik ze moet aansturen. Gelukkig is er ook een tolk ter plaatse. Na enkele van mijn handgebaren en de vertaling van de tolk komen de agenten in actie en beginnen de voertuigen aan te houden. Inmiddels staan er aan beide kanten van de VCP meerdere auto’s te wachten. Waar blijft de versterking!!!???  Gelukkig komt er nog een agent de berg afgesjokt. Geen moment te vroeg, want het wordt steeds drukker op de weg.

Er stopt een bestelbusje volgestouwd met mannen. Ze zitten zelfs op het dak. Ze moeten allemaal uitstappen. Bij twintig stop ik met tellen. Aan de andere kant is consternatie ontstaan. Op de achterbank van een auto zitten twee vrouwen. Tot woede van hun mannen ontkomen ook die niet aan een controle. Met haast trommel ik een vrouwelijke militair van de Battlegroup op om de vrouwen te fouilleren. Maar dat biedt geen soelaas. De discussie tussen de agenten en inzittenden van het voertuig  loopt steeds hoger op. Hier en daar weet de tolk wat flarden te vertalen. “Ze vinden het niet leuk dat hun vrouwen gefouilleerd worden”, zegt hij.  Zover was ik ook al. Ik vraag aan de tolk of hij wil vertalen dat het ook voor hun eigen veiligheid is dat iedereen gefouilleerd wordt. Een kansloze poging. De vernietigende blikken van onder de tulbanden spreken boekdelen. In besluit mij niet verder in deze discussie te mengen. Uiteindelijke stappen de mannen kwaad in hun auto en rijden door. Mooi, want aan de andere kant staat inmiddels een ‘jingle’truck, een typisch Afghaanse vrachtwagen, behangen met kettinkjes die liefelijk klingelen in de wind. De chauffeur blijkt echter een familielid van de commandant van de politiepost. De agenten willen hem  een vrijbrief geven. Ik probeer wederom tevergeefs duidelijk te maken dat ze consequent moeten zijn, maar uiteindelijk breek ik onder het klagelijke protest van de agenten. De truck rijdt zonder controle door.  

 

Poppy

 

Dan komt het verlossende woord over de radio. “De VCP afbreken en terug naar de post”. Boven snel de boel inpakken, want de dag zit weer vol PRT-bezoekjes. Te beginnen bij een dorpje niet ver van de politiepost, waar we dan ook lopend naar toe gaan. Dwars door de poppyvelden komen we aan bij een schooltje. De docenten zijn hartelijk. Ze vertellen dat er 210 kinderen les krijgen. Echter zijn het allemaal jongetjes. Hoe zit het met de meisjes?  “Die leren thuis”, verzekeren de leraren. Het zal wel. De kids vinden de militairen in ieder geval razend interessant. Grote groepen verzamelen zich rond de robuuste, met wapens en munitie behangen kerels.

Maar we gaan alweer verder. Er volgt nog één opdracht. De genie (militairen die zich hebben gespecialiseerd in het bouwen van dingen) willen graag nog even kijken bij een mogelijke doorwaadbare plek in een nabijgelegen rivier. Niet veel later sta ik dan ook kniediep in het kabbelende water mijn evenwicht onder controle te houden op de gladde rivierkeien. Eenmaal op de locatie aangekomen zien de mannen van de genie al snel dat de plek zich niet leent voor een oversteekplaats. We maken rechtsomkeert, terug de rivier in. Maar ach, de schoenen waren toch al nat. Dan is het tijd om weer richting Kamp Holland te rijden. Lekker droge sokken aantrekken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat een week

april 25, 2008 by bronkhorst

Inmiddels zijn we een week verder na de tragische gebeurtenissen van 18 april. Twee militairen ‘killed in action’, twee militairen ‘wounded in action.’ Je weet dat het kan gebeuren, maar tegen beter weten in hoop je dat het niet tijdens je eigen uitzending gebeurt. De missie draait echter onvermoeibaar door. Het kenmerkt de professionele houding van alle militairen dat de draad weer wordt opgepakt. De klus moet worden geklaard. Die fatale week begon zo goed. Operatie Now Ghar, die tot doel had het gebied ten noorden van Tarin Kowt stevig in de greep te houden, verliep vlekkeloos. Ik volgde de operatie ter plaatse, meereizend met eenheid 2.8. Een overzicht van die week.

 

Maandag 14 april

 

Om 10.00 uur staat het vertrek gepland richting de patrouillebase Worsely, ongeveer twintig kilometer ten noorden van Tarin Kowt. Deze post, niet meer dan een paar hesco’s, een aantal tenten en wachttorens, ligt vlakbij de ingang van de Baluchivallei. Over het algemeen vertoeven er Afghaanse militairen op dit kampje, onder begeleiding van enkele OMLT’ers (Operating Mentoring and Liason Team), die de Afghanen trainen en begeleiden op hun weg naar een sterk en professioneel leger.

Ik kan meerijden in de Bushmaster van het PRT. Zij zullen tijdens de operatie gesprekken aanknopen met de plaatselijke bewoners.  Binnen drie en half uur zijn we op de plaats van bestemming. Voor Afghaanse begrippen hebben we dus redelijk doorgereden. Op Worsely zetten we de veldbedjes op in de buitenlucht en trekken we onze MRE’s (Meals Ready to Eat) open. Altijd weer een verrassing wat er allemaal voor (chemisch) lekkers in zit. Lekker vroeg zoek ik mijn veldbed op. Dat is het voordeel van het leven buiten de poort. Voor de verandering een keer op tijd naar bed. Alleen jammer dat ik midden in de nacht ruw uit mijn slaap word gehaald om wacht te lopen.

 

Dinsdag 15 april

 

Tijdens het wachtlopen, rond een uurtje 03.00 had ik de wolken al langs de sterrenhemel zien schuiven. Tegen een 05.00 uur wordt mijn vrees waarheid als dikke regendruppels op mijn slaapzak tikken. Gelukkig zijn Afghaanse regenbuien over het algemeen van korte duur, maar ze kunnen wel behoorlijk fel zijn. Het blijft nu echter bij een paar spetters. Een uurtje later sta ik dan ook redelijke fris naast mijn veldbedje. Snel alles inpakken, want de komende dagen komen we de niet terug op Worsely, maar zullen we overnachten in een RON (Rest Over Night) ergens in het veld. De dag verloopt voorspoedig. De colonne Nederlandse en Afghaanse voertuigen rijdt naar een dorpje in het zuiden van de Baluchivallei. Op steeds grotere schaal nemen Afghaanse militairen samen met de Nederlanders deel aan operaties. Hierin nemen zij regelmatig het voortouw, een teken dat het Afghaanse leger duidelijk aan ontwikkeling wint. Op de plaats van bestemming wordt een checkpoint ingericht. Auto’s en personen worden grondig geïnspecteerd op wapens en andere verboden zaken. Onder bescherming van een groep Afghaanse militairen en mariniers van het OMLT trek ik samen met twee PRT’ers het dropje in. Al snel zitten we bij een dorpsoudste aan de groene thee. Openhartige mensen, maar het gesprek verloopt moeizaam. De invloed van de Taliban is duidelijk nog aanwezig in het gebied. Wel worden de eerste contacten over een eventueel op te zetten kleine waterkrachtcentrale gelegd. Het is al laat in de middag als het peloton opzoek gaat naar een geschikte plek om de nacht door te brengen.  De pelotonscommandant besluit dat de meest veilige plek bovenop de top van een kale stoffige heuvel ligt. De voertuigen kruipen dus even later een grote steile berg op. Eenmaal boven blijkt er behoorlijk wat wind te staan. Zand en stof vliegen ons om de oren. Niet de meest ideale plek voor een overnachting, maar inderdaad wel relatief veilig, aangezien niemand ons ongezien kon naderen. ’s Nachts weer een koud uurtje wacht draaien, zittend achter een reusachtig geweer met een nachtkijker op mijn hoofd.

 

Woensdag 16 april

Ondanks de wind toch goed geslapen. Het was wel behoorlijk koud. Bij het inpakken op Kamp Holland besloot ik om slechts mijn zomerslaapzak mee te nemen, anders zat mijn rugtas zo snel vol. Niet slim. Of zoals de Australiërs plachten te zeggen: ‘Travel light, freeze at night’.

Vandaag staat er een voetpatrouille op het programma. De voertuigen blijven achter op de berg. Na een snel ontbijt en een lauwe kop koffie daalt een grote groep Nederlandse en Afghaanse militairen af richting de greenzone in de diepte. Wederom raken de militairen van het PRT snel aan de praat met ‘betulbande’ mannen. Quala’s worden grondig doorzocht op wapens en munitie. Er zijn

veel kinderen op straat. De leerplicht is hier nog onbekend begrip. De meegebrachte frisbee’s doen het goed bij de Afghaanse jeugd.

In dit op het oog zo rustieke oord is echter niet alles wat het lijkt. Tijdens een van de inspecties in de tuinen van de quala’s stuiten de genisten op een grote voorraad munitie en raketten, goed verstopt in de grond. Een mooie buit. De middagzon brandt inmiddels lekker door, wanneer het tijd wordt voor de terugverplaatsing. Met als toetje de steile klim naar de voertuigen die nog steeds boven op de berg staan. Met de vele kilo’s die de militair van tegenwoordig met zich meezeult als hij op pad gaat, en met de felle zon op ons gelaat, valt dit laatste klimmetje in de categorie ’pittig’. Badend in het zweet stappen we op de top in de voertuigen, opzoek naar een nieuwe plek om te overnachten. Het wordt een andere berg, een stukje verderop. Net zo kaal, net zo stoffige, maar gelukkig dit keer zonder harde wind.

 

Donderdag 17 april

Heerlijk geslapen op de ‘andere’ berg. Zelfs tijdens de wacht heb ik het niet koud. Ideaal. De volle maan verlicht als een schijnwerper op een toneel onze slaapplaatsen. Zelfs zonder nachtzichtapparatuur is de omgeving redelijk waar te nemen.  Het is echter weer vroeg dag. Weer een vol programma. We gaan weer richting de Baluchivallei. Het recept is hetzelfde: laten zien dat we er zijn, controleposten uitzetten, praten met de bewoners. Afghanen hebben de neiging om hele grote honden als huisdier / waakhond te hebben. Bij het binnengaan van een quala ben ik al menig exemplaar tegen het harige lijf gelopen. De meeste van deze monsters hebben het niet goed voor met ISAF. Met ontblote tanden en luid geblaf maken ze dat meer dan duidelijk. Ook in dit dorp loopt zo’n enorm mormel rond. Blijkbaar kom ik te dicht in zijn buurt en met een bloeddorstig geblaf valt hij aan.  De roestige ketting om zijn nek redt mij echter van een flinke beet, of zo niet erger. Met een hart dat enigszins in de keel lijkt te kloppen kan ik mijn wraak nemen, nu ik weet dat het beest geen kant uit kan. Met mijn geweer in de aanslag loop ik dreigend op hem af. Zowaar krimpt het beest ineen, maar zodra ik hem de rug weer toekeer hoor ik achter me hoe de ketting een andermaal mijn leven redt.

Snel weg van hier. Gelukkig vindt de pelotonscommandant dat ook. Terug naar de buitenpost Worsely. Zo Spartaans als het is, zo geriefelijk lijkt het nu na twee dagen in het veld te hebben geslapen. Eindelijk een normaal toilet: een houten kot met een gat en een ton eronder. Luxe dus.

 

Vrijdag 18 april

 

Na een rustige nacht weer vroeg op pad. De hele mikmak weer razendsnel inpakken en op weg. Dit keer wederom richting de Baluchivallei. Het is een rustige dag, de zon warmt de Afghaanse bodem al redelijk op. Nog een laatste patrouille en dan kunnen we weer richting Kamp Holland, een succesvolle week afrondend. Even na half acht kraakt de radio. Ondanks de warme zon lopen plotseling de koude rillingen over mijn lichaam. Het noodlot heeft genadeloos toegeslagen bij een peloton dat deze week gelijktijdig met ons acties uitvoerde in dit gebied. Een voertuig is op een bermbom gereden. De eerste berichten doen het ergste vrezen. Iedereen in ons peloton probeert zijn gedachten echter bij elkaar te houden. We hebben zelf nog een patrouille voor de boeg. Het kenmerkt de professionele houding van de infanteristen. Hoewel vrijwel iedereen de mannen uit het andere peloton persoonlijk kent, weten ze dat er op dit moment geen tijd is voor afleiding. Eerst het werk afmaken. Emoties moeten wachten.

Het dorpje dat we binnentrekken lijkt uitgestorven. Nergens zijn er kinderen te zien. Dat is in de regel  geen goed teken. Slechts een paar oude mannetjes lijken dit gehucht te bevolken. De dreiging hangt als naderend onweer in de lucht. Het is hier niet pluis, zoveel is wel duidelijk. De vijand laat zich echter niet zien. Zij verkiest liever de laffe methode van het plaatsen van bermbommen, dan de directe confrontatie aan te durven.

Ik ben blij als we uit het oord vertrekken. Maar we moeten nog wel een behoorlijk eind terugverplaatsen richting Kamp Holland. Met de wetenschap van de fatale gebeurtenissen eerder op de dag zit niemand lekker in de voertuigen. De terugtocht lijkt eindeloos te duren. Voor de voertuigen uit lopen genisten met detectoren. Zij wagen hun leven om een ‘bermbom veilige weg’ voor ons te vinden. We zien Tarin Kowt in verte liggen als het bericht binnenkomt dat we halsoverkop terug moeten naar Worsely om steun te verlenen. Er bestaat een sterk vermoeden dat de Taliban de base en een even verder op gelegen post wil gaan aanvallen. Een knakmomentje, na een toch al zwaar beladen dag. Maar ook nu toont het peloton zich uitermate professioneel. Niemand klaagt. De voertuigen keren om en tegen de avond staan we weer voor de poort van Worsley. Een gedeelte van het peloton rijdt door naar de kleinere post Khyber, om daar een helpende hand te bieden. Ik sta nog een beetje bij te komen van de rit als ik de opdracht krijg meteen een plaats in een van de wachttorens in te nemen. Vanachter een enorme mitrailleur houd ik mijn ogen strak gericht op de omliggende omgeving, wachtend op een vijand die gelukkig niet komt. Hoewel de dreiging blijft, verloopt de nacht rustig en pak ik zowaar nog wat uurtjes slaap.

 

Zaterdag 19  april

’s Ochtends rustig aan de boel wederom inpakken. Na weer een pittig ritje in de bloedhete zon rijden we in de late middag veilig door de poort van Kamp Holland. Maar tijd om even te ontspannen is er niet. Met het stof nog dik op de kleding gaan de fotograaf en ik meteen aan de slag met de voorbereidingen voor de herdenkingsdienst en de aansluitende rampceremonie die de volgende dag gaat plaatsvinden. Alles moet worden vastgelegd, in woord en beeld. Een zeer belangrijke taak, waar we onze vermoeidheid graag nog even voor opzij zetten. Na afloop, zondagmiddag, hebben we eindelijk even tijd voor onszelf. Dan komt ook het besef: Wat een week.    

 

Over stof en kiezels

maart 28, 2008 by bronkhorst

Het is druk op Kamp Holland. Verschillende eenheden worden deze periode afgelost en mogen naar huis. Voor hun opvolgers begint het allemaal pas. Tijdens deze HOTO-periode (Hand over, Take over), zijn er dus even veel meer ‘bewoners’ op het kamp. De meeste nieuwe binnenkomers zal ik uiteindelijk ook weer zien vertrekken (zij zijn hier voor de duur van vier maanden), maar niet lang daarna zal het ook mijn beurt zijn. Mede door deze periode van ‘overschot’ zit ik enkele weken aan het kamp gekluisterd. Voor sommigen die dit lezen misschien een rustgevende gedachte, maar elke dag tussen de hesco’s is ook geen pretje. Toch vallen er op het kamp meer dan voldoende verhalen te halen. Maar ook ergernissen beginnen zich hier en daar op te spelen . Vandaar dat ik even het volgende kwijt moet:

 Kamp Holland is bedekt met een tapijt aan grove kiezelstenen. Deze moeten zien te voorkomen dat het kamp in een grote stofwolk verandert. Met het stijgen van de temperatuur wordt namelijk ook de stoflaag met de dag dikker, die als een enorme lading bruine poedersuiker op het oppervlak ligt. De wind hoeft maar een klein beetje op te steken en het immens fijne stof laat zich gedwee meevoeren op de luchtstromen. Bij een iets hardere windkracht wordt de omgeving in een oogwenk verduisterd door grote bruine wolken die jakkerend over het kamp jacht maken op de kleinste poriën in je lichaam. Je kunt dit effect overigens prima nabootsen door even heel hard op de poedersuikerbus te slaan als je een pannenkoek wilt besuikeren. Maak deze witte wolk vervolgens bruin, vermenigvuldig hem met een factor honderduizend en je komt in de buurt van het Afghaanse tafereel

dsc_5504.jpg

Als fijne sneeuw ligt het stof centimeters dik op het oppervlak 

Sluipmoordenaar 

Stof, hoe fijn het ook is maar juist daardoor, maakt alles kapot. Je lippen drogen uit en barsten, kloofjes in je handen veranderen in heuse ‘Grand Canyons’. En ik wil er al helemaal niet bij nadenken wat het stof voor effect heeft op de inwendige mens. Tijdens het hardlopen moet ik na afloop toch echt een fractie zwaarder wegen door al stof wat ik onderweg inadem. Gezond zal het in ieder geval niet zijn, getuige het hevige gerochel en gehoest na afloop van dit ‘gezonde’ sportmoment. Maar niet alleen celdelende organismen vallen ten prooi aan het fijne poeder. Ook elektrische apparatuur in alle soorten en maten, maar met name laptops, delven door deze sluipmoordenaar dagelijks het onderspit. Het stof kruipt in de meest onmogelijk gaatjes, om van binnen uit een veldslag onder de elektronica aan te richten. De enig remedie om de gevoelige apparatuur voor dit digitale drama te behoeden, is regelmatig met een compressor de hele computer schoon te laten blazen. Regelmatig de werkplek uitsoppen is ook een optie. Maar dat moet je wel willen.

 

dsc_5498.jpg

Stofwolken nemen bezit van Kamp Holland

 

Krrsssjjj 

Kiezels dus. In de strijd tegen het stof. Het werkt wel. Op plekken waar het grind enkeldiep is aangebracht gaat het ademen makkelijker en is het zicht beter. Maar het loopt letterlijk voor geen meter. Het heeft dan ook niets meer met lopen van doen om van punt A naar punt B te komen. Ploegen volstaat beter. Terwijl je enkels continu wegzwikken in de rulle stenen, probeer je met je logge soldatenkisten, die ongeïnteresseerd geen millimeter demping of houvast geven, het pad van de minste weerstand te vinden. Dat lukt dus niet. De vraag dringt zich op of het niet beter is te stikken in het stof dan ten onder te gaan aan de knokige keien. Daarbij wordt je gek van het geluid dat het zwoegen door het stugge grind maakt. Krrsssjjj, krrsssjjj, krrsssjjj. Ik zal er tegen het einde van mijn uitzending een klein trauma aan overhouden, vrees ik. Denk dus eens aan ons militairen, als jullie in Nederland over de keurig aangelegde, kaarsrechte en plankvlakke wegen stiefelen. Denk aan mijn door blaren getergde voeten, en prijs jezelf gelukkig.  

dsc_5499.jpg

Door heel Kamp Holland is een kamerbreed tapijt van kiezels uitgerold

 

Dagtochtjes in Uruzgan

maart 19, 2008 by bronkhorst

Hoewel er op Kamp Holland genoeg verhalen zijn te maken, zijn de uitstapjes buiten de poort natuurlijk de krenten in de pap. Omdat er op het ogenblik een grote wisseling van de wacht plaatsvindt, en veel eenheden hun taken aan het overdragen zijn aan hun opvolgers, is het even moeilijk om aan te haken bij een patrouille. Mooi mazzel (of ‘mats’, zoals we in het leger zeggen) dat ik toch twee keer een dagje er op uit kon.

Op donderdag 13 maart kan ik mee met het Provincial Reconstruction Team naar Tarin Kowt. Het PRT heeft verschillende functioneel specialisten in dienst die hun kennis inzetten ten gunste van de provincie Uruzgan. Zij zijn er onder andere in de smaken: landbouw, gezondheidszorg en recht. Met die laatste twee, en een paar flinke handen vol militairen van de Battlegroup, vertrek ik in de ochtend naar ‘down town’ Tarin Kowt. De Bushmaster, waar ik in mee rijd, zit afgeladen vol met matrassen en schoenen die hun bestemming bij de gevangenis van de stad moeten vinden. Na een korte rit  bezoeken we eerst de rechtbank van Tarin Kowt. De juridisch adviseur, die meehelpt aan de opbouw van de Afghaanse rechtsstaat, wil de stand van zaken eens met eigen ogen bekijken. Helaas blijkt het gerechtsgebouw nagenoeg leeg, op een enkele politieagent na. Geen rechter te bekennen. Het hebben van een afspraak hoeft in Afghanistan namelijk niet automatisch te betekenen dat de persoon ook daadwerkelijk komt opdagen. Juist, weer dat ‘syndroom van inshallah’. Al snel staan we dus weer buiten. De volgende bestemming is de gevangenis, die bestaat uit een grote quala met een omheining van prikkeldraad, waar de matrassen en de schoenen worden overhandigd aan de gevangenisdirecteur.  
De functioneel specialist gezondheidszorg (een arts), maakt van de gelegenheid gebruik om snel even vier zieke gevangenen te onderzoeken. Vervolgens wordt er nog een bliksembezoek aan het Tarin Kowt Hospitaal afgelegd en delen we her en der wat pennen uit aan kinderen, die echter nimmer genoegen nemen met slechts één exemplaar. In de namiddag rijdt de patrouille op haar gemak weer richting Kamp Holland. 
 

 kaf-080313-jm-p1-035-kopie.jpg Schoenen voor gevangenen

 Kemphanen 

Op maandag heb ik nogmaals een buitenkansje. De gouverneur van Uruzgan, Assedullah Hamdam, brengt een bezoek aan Chora. Hier zal hij een goed gesprek aangaan met twee rivaliserende groepen, beide overigens behorend tot dezelfde stam. Al tientallen jaren maken deze twee groepen elkaar het leven zuur, hetgeen niet zelden resulteert in dodelijke slachtoffers. Het conflict gaat uiteraard over land en water. Met het stijgen van de temperatuur worden ook de hoofden van deze mannen heter. Omdat deze periode in het teken staat van het zaaien van gewassen, speelt het terugkerende waterconflict weer op, omdat men het land moet irrigeren. De ene groep sluit de andere echter uit van het gebruik van het voorradige water. Uiteraard liggen er nog veel meer complexe problemen ten grondslag aan de ruzies. Nadat het conflict afgelopen week wederom een dode en vier gewonden opleverde, vindt gouverneur Hamdam het welletjes en gaat persoonlijk de kemphanen de les lezen in Chora. Hij zal die gasten eens eigenhandig vertellen dat Afghanistan een regering heeft met een grondwet, en dat conflicten enkel worden beslecht door het raadplegen van de shariawetgeving. Hij neemt de scheidend- en de opvolgend commandant van het PRT in zijn kielzog mee, en daar weer achteraan draaft de combat reporter. Dit keer dubbel gewapend, met pen en fototoestel, aangezien de fotograaf op verlof is. Omdat de reporter het vertikt om ruim zes uur stof te happen op de slechte Afghaanse hobbelwegen, wordt er in allerijl een chinookhelikopter geregeld. Het geen ook de gouverneur kan waarderen.  

Hoogtevrees 

Een tripje maken met de chinook is best een spannende ervaring. Ruim van te voren sta je te wachten bij de nog lege landingsplaats. Het geronk van de helikopter in de verte geeft aan dat hij in aantocht is. Omdat de piloten extreem laag vliegen, voordat zij de landing inzetten, zie je de Chinook pas op het allerlaatste moment opduiken. Voor je het weet vliegt het stof  je om de oren, dat door de klappende wieken alle kanten wordt opgeblazen. Zodra het gevaarte aan de grond staat kunnen de passagiers instijgen. Oordopjes aangeraden. Vechtend tegen de hete wind, die wordt aangewakkerd door de rotorbladen, en de enorme motoren die een penetrante kerosinelucht uitbraken, ga je de helikopter aan de achterkant binnen, waarna je langs de wanden een plekje zoekt. Zodra iedereen zit kiest de heli meteen het luchtruim. Regelmatig nemen de Chinooks vracht mee, die aan een groot net aan de onderkant van de helikopter bungelt. Ook bij deze vlucht moet er behoorlijke wat mee. Daardoor staat er een groot luik in het midden van de heli wagenwijd open. Het geluk is aan mijn kant, want zit er vlak naast, en kijk zodoende steeds verder de diepte in. Niet leuk als je hoogtevrees hebt, maar ik vind het alleen maar mooi. Ideaal om wat foto’s te schieten. 

 shura-chora-013-kopie.jpg Uitzicht vanuit het ‘gat’ in de helikopter

Pissed off 

Binnen het kwartier is de Chinook ter plaatse in Chora. De shura, zoals ze Afghanen hun vergaderingen noemen, wordt op de binnenplaats van een politiepost gehouden. Er zijn tientallen mannen van beide partijen op af gekomen. Het zit er goed vol. De gouverneur houdt zijn betoog, waarbij hij af en toe in de rede wordt gevallen door een deel van de groep, die gezamenlijk ‘ja ja’ of ‘nee nee’ roept (dat zal wel iets universeels zijn). Hoewel ik van de taal natuurlijk geen moer begrijp, verraden de gebaren van de gouverneur wel dat hij behoorlijk ‘pissed off’ is. Later legt een tolk mij uit dat dit inderdaad het geval is. Het komt er op neer dat hij het niet wenst te pikken, dat na de harde strijd om vrede in Chora, deze verloren dreigt te gaan door het gekissebis van deze twee rivaliseerden groepen. Om daad bij woord te voegen stelt hij ogenblikkelijk een officier van het Afghaanse leger als tijdelijk districtshoofd aan, die er voorlopig op moet toezien dat de rust bewaard blijft.  Na afloop van de shura brengt de chinook helikopter ons ‘vliegensvlug’ weer terug naar Tarin Kowt. Snel kijken of het nog wat geworden is met die foto’s. Ik heb er 184 gemaakt. Dan moet er wel één goede bijzitten!!! 

shura-chora-118-kopie.jpg Hamdam (in het midden) laat zich de kop niet gek maken

Rondje Kamp Holland

maart 13, 2008 by bronkhorst

Een goede militair is een sportieve militair. Sport staat bij defensie dan ook hoog aangeschreven. Helaas stelt mijn eigen discipline regelmatig andere prioriteiten. Het is verrassend hoeveel excuses je kunt bedenken om toch vooral niet je zelf te belasten met sportiviteit. Helaas is het eten op Kamp Holland altijd zeer smakelijk en gaat er geen lunch voorbij zonder dat er wel een loempia, frakadel of kroketje naar binnen glijdt. Aangezien het niet de bedoeling is dat ik vetgemest terugkom uit een straatarm land, heb ik besloten om het roer drastisch om te gooien. Sporten dus, want ik ben niet bereid de snacks op te geven.

Kamp Holland beschikt over een heuse fitnessruimte, voorzien van alle essentiële apparaten waar menig bodybuilders van zou gaan watertanden. Als je wilt kun je er vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week je lichaam aan gort trainen.  Er wordt dan ook fanatiek gebruik van gemaakt. Maar niet door mij. Fitness is om de een of andere reden niet mijn ding. Ik schuw ‘het aan de ijzers trekken’ zoveel mogelijk. Het ligt over het algemeen niet aan de muziek, vrijwel standaard snoeiharde housemuziek, want dat kan ik met mijn dertig jaar nog best hebben. Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat in ‘the gym’ iedereen altijd zo met de ander bezig is. Er lijkt continu een strijd gaande wie het meeste gewicht omhoog kan krijgen. Doet hij 50 kilo? Ik kan wel 60! En dan natuurlijk goed in de gaten houden of iedereen je wel kan zien, in je net te kleine T-shirt (te warm gewassen….yeah right!), zodat je spierballen in verhouding groter lijken. Het testosterongehalte druipt er, naar mijn mening, net iets te veel van de muren. Maar met mijn postuur heb ik daar ook niets te zoeken. Let wel, voor een journalist ben ik redelijk breed!! 

Hardcore

Nee, dan hardlopen. Dat is meer iets voor mij, althans als ik mijn conditie op peil heb. De laatste keer dat ik echter sportschoenen aan had was ergens in oktober 2007. Dan is de eerste looptocht altijd een behoorlijke zelfmarteling. Maar na flink pushen door sportgoeroe Mark (De Pers Informatie Officier) en nadat ik zoveel excuses had bedacht dat ik werkelijk geen enkele goede smoes meer kon bedenken, zou ik er deze keer niet onderuit komen. Vol goede moed dus maar mijn oude versleten gympies uit de plunjebaal gevist. Nu is hardlopen op Kamp Holland net even iets anders dan een stukje joggen op de Havelterheide. Je kunt op het kamp kiezen voor een rondje binnenring, van ongeveer 4 kilometer, of een rondje buitenring van 8 kilometer, waar je slechts gescheiden bent van ‘het gevaarlijke Uruzgan’ door een wal van hesco’s (hele grote jute zakken gevuld met stenen). Blijf je in de binnenring dan hoef je geen wapen mee te nemen. En dat loopt net effe makkelijker. Maar ben je een hardcore militair (en dat wil ik zijn), dan pak je natuurlijk het rondje buitenring en neem je de draaglast van je wapen op de koop toe.  

Zuurstof

De eerste kilometer begint lekker. Met mijn Diemaco om de nek zie ik er volgens mij behoorlijk operationeel uit. Het is mijn missie om deze tocht in goede orde te volbrengen. Het terrein kent echter een behoorlijk verval en heeft grote stukken met ‘vals plat’. Daarbij ligt het kamp op 1200 meter hoogte, waardoor er minder zuurstof in de lucht zit. Doe daar een grote dosis fijn woestijnstof bij, waarmee de lucht hier verzadigd is, en je hebt een behoorlijke uitdaging voor je longen. Zeker als je die de laatste maanden met menig sigaret geasfalteerd hebt. Maar ook na twee kilometer laat ik me echt nog niet kennen. Dwars door de scherpe giftige rook van de ‘burnpit’, een grote kuil waar al het afval van het kamp wordt verbrand, begin ik aan de klim richting de ‘heavy weapon range’. Op deze geïmproviseerde schietbaan kunnen de militairen hun zwaardere wapens testen en inschieten. Een enorme ontploffing maakt duidelijk dat op dit moment de Explosieve Opruimings Dienst (EOD) zich aan het uitleven is. Ik laat de knal links liggen, want ik heb al mijn aandacht nodig bij mijn brandende kuiten die het inmiddels uitschreeuwen na deze pittig klim. In mijn achterhoofd komt de gedachte aangedreven dat ik wellicht een grote fout heb gemaakt om mij aan dit fanatieke sportgebeuren over te geven.  

Alles goed?

Terwijl de draagband van mijn geweer lekker in mijn nekvel begint te snijden, loopt de route weer bergafwaarts. Oppassen geblazen, want het ligt vol met grote keien. Ik probeer mijn loopritme te vinden, terwijl de eerste blaren zich aan de zijkant van mijn voeten beginnen te openbaren. De Afghanen van de Afghan Security Guard (ASG), die om de zoveel honderd meter in de wachthuisjes waken over de veiligheid van het kamp,  lachen mij vriendelijk toe. ‘Salaam Aleikum’,  breng ik er hijgend en roggelend uit.  ‘Alles goed”, antwoordt een Afghaan in perfect Nederlands. ‘Nee, niet echt’, zeg ik. Hij lacht niet begrijpend terug en valt dan op zijn knieën om de almachtige te aanbidden. Ik hoop dat hij een goed woordje voor me doet, want ik moet nog een behoorlijk stuk. Knersend over het grindpad ren ik nu evenwijdig aan de ‘dirtstrip’, de landingsbaan van Kamp Holland. Boven de bergen aan de horizon heeft een militair vliegtuig, een C130 Hercules transportvliegtuig, zojuist de landing ingezet. Het gevaarte lijkt zich in een vrije val naar beneden te storten. Vol ontzag vergeet ik even mijn zere voeten en benen, terwijl het vliegtuig  recht op mij af lijkt te stormen. Al hij na de landing langs raast, vol in de remmen vanwege de beperkte lengte van de baan (1800 meter), denk ik even dat één van de vleugels mij zal scalperen, waarna een enorme golf stof mij aan het zicht ontrekt.  

Uitdaging

Proestend en snakkend naar een vleugje zuurstof waggel ik verder. Het geweer hangt zeurend om mijn nek en lijkt met elke stap zwaarder te worden. Maar in de verte kan ik de poort naar de binnenring zien liggen. Volhouden nu. Terwijl er rechts van mij twee opstijgende Chinook helikopters wederom een stofgordijn opwerpen, probeer ik mijn houding recht te houden en net te doen alsof dit looptochtje mij niets doet. Met lood in de benen, meer strompelend dan lopend, bereik ik het hek van de binnenring. Hier volgt nog een laatste krachtmeting, als blijkt dat de poort dicht is en ik over de Hescowal moet klauteren om binnen te geraken. Ondanks enkele dagen flinke spierpijn, heeft de eerste Afghaanse sportervaring veel voldoening gegeven. Nu volgt de grootste uitdaging: met regelmaat deze eerste stap voortzetten. 

Op patrouille in de Deh Rafshan

maart 5, 2008 by bronkhorst

De afgelopen week was ik wederom een aantal dagen ‘uit het net’. Samen met de fotograaf Arief heb ik de Patrol Base Poentjak bezocht, ongeveer 10 kilometer ten noorden van Tarin Kowt. Vanuit het legermuseum in Delft kreeg de fotograaf onlangs het verzoek om een fotoreportage te maken van een peloton die buiten de poort aan het werk is. Daarbij moesten alle facetten worden vastgelegd: patrouillelopen, (wapen)onderhoud, eten, slapen, sanitair, noem maar op. En wat zijn foto’s zonder tekst? Juist, nietszeggende plaatjes. Dus ik kon in zijn kielzog mee, om de fotobijschriften te verzorgen. Tevens een mooie gelegenheid om een groot verhaal over de Battlegroup te schrijven, aangezien die een beetje onderbelicht blijven bij al het tamtam over de opbouw. Maar zonder veiligheid is opbouw niet mogelijk, dus ere wie ere toekomt.

In het leger ga je voor dag en dauw op pad, dus donderdagochtend om 06.30 uur stappen Arief en ik in een Bushmaster (pantservoertuig van Australische makelij) die ons naar Poentjak zal brengen. Hier zullen we aanhaken bij eenheid 1.5, die daar al een tijdje ‘dingen aan het doen’ is. We mogen meeliften met leden van het Provincial Reconstruction Team. Maar die moeten eerst een paar bezoeken afleggen aan een aantal politieposten, voordat ze richting Poentjak rijden. Dus scheuren we eerst half Uruzgan door, voordat we rond 16.00 uur op de plaats van bestemming aankomen. Even kennis maken met de pelotonscommandant, veldbedje opzetten en dan even een rondje Poentjak maken. Dat gaat snel. Het is een klein kamp, maar wel gezellig. Het ligt bovenop een heuvel, waardoor je een schitterend uitzicht heb op de omgeving: de Deh Rafshan en de Baluchivallei. Twee gebieden waar de Taliban nog niet getemd is. Maar op Poentjak zelf wanen we ons veilig en er heerst een serene rust. Ik val met me neus in de boter, aangezien er die avond een BBQ op het programma staat. En qua vlees is er rekening gehouden met de komst van een journalist en een fotograaf. Goed bezig die lui. Bavaria maltje erbij, en je vergeet bijna dat je in Afghanistan zit. Bijna, want Bavaria malt is echt niet te zuipen. Na een paar hamburgers toch maar redelijke vroeg het veldbedje opzoeken. Wederom zal ik er morgen vroeg uit moeten, want de voetpatrouille die gepland staat wil ik niet missen.  

Chaotisch

Om 5.45 uur op. Snel tandenpoetsen, toiletteren, scherfvest aan, operationeel vest om, wapen laden. Gewoon de dagelijkse routine. De patrouille wordt aangevuld met een dertigtal Afghaanse militairen van de ANA (Afghan National Army). En dan gaan we op pad richting de ‘green zone’, een grote groene strook midden in het woestijnlandschap. Door de aanwezigheid van een riviertje en vele irrigatiekanaaltjes is dit een vruchtbaar gebied. Jammer alleen dat de Taliban zich hier regelmatig ophoudt. Ze zijn er moeilijk vindbaar in dit chaotische gebied dat bestaat uit quala’s, kanaaltjes, muren, en dichte begroeiing. Het is slechts een half uurtje lopen voordat we bij enkele quala’s aan komen (zoals ik al eerder schreef zijn dit typische Afghaanse woningen, opgetrokken uit gedroogde klei). De woningen worden vakkundig doorzocht. Het lijkt zowaar rustig, maar schijn kan hier zeer bedrieglijk zijn. Vroeg in de middag zijn we weer terug op Poentjak, waar ik de rest van de dag doorbreng met slapen, het eten van noodles en ouwehoeren met de militairen. De dag erna moeten Arief en ik vol aan de bak. De verschillende facetten van het leven op het kamp moeten geportretteerd worden. De hele dag rennen we van hot naar her, waarbij ik ondertussen verschillende interviewtjes afleg, die ik wil gebruiken voor mijn verhaal over de Battlegroup. Redelijk op tijd kruip ik ’s avonds in mijn slaapzak, aangezien de wekker om al weer om 4.15 uur gaat.  

Pijn

Zondagmorgen om 05.00 uur staat iedereen ‘omgehangen’ (scherfvest, opsvest met allerlei meuk, helm en wapen) klaar om te voet te vertrekken vanaf Poentjak. Dit keer gaan we zuidelijker de ‘green zone’ in. Het gebied staat bekend als non-permissive, wat betekent dat de Taliban hier plotseling kan kan ‘oppoppen’. We hebben een aardig wandelingetje voor de boeg. Terwijl de muezzin, die oproept tot gebed vanaf de minaretten in Tarin Kowt, zijn klagelijke gezang de woestijn in slingert, zet de patrouille zich in beweging. Wederom met een club Afghaanse militairen dalen we af naar de rivier, tientallen meters onder ons. Het is nog donker en de keien op het paadje naar beneden zijn verraderlijk, zeker voor degenen die het grotere wapentuig, zoals de MAG mitrailleur,  meezeulen. Niet alleen dit wapen is zwaar, ook de munitiekisten voor deze ‘loodspuger’ wegen kilo’s. Respect voor die kerels. Ondanks dat ik slechts een lichte Diemaco draag, zijn mijn scherf- en opsvest alles behalve licht te noemen. En na een klein half uurtje over de rivierkeien te hebben gewaggeld, beginnen mijn schouders behoorlijk tegen te stribbelen. Maar goed, je gaat geen patrouille halt laten houden, omdat de journalist het niet trekt. Dus de pijn verbijten en verder gaan. Stampend door het riviertje, dat al kronkelend om de honderd meter ons pad doorkruist. Gelukkig heb ik waterdicht schoeisel aan. Sommige militairen hebben gekozen voor de lichtere woestijnkisten, en hebben al snel spijt van die beslissing. Patrouille lopen met natten sokken is voor niemand prettig, ook niet voor geharde infanteristen. 

 d080302ar1011-kopie.jpg

Spotter

Na anderhalf uur lopen komen we aan bij een rij quala’s die aan een inspectie moeten worden onderworpen. De Nederlanders zorgen rondom de ‘woningen’ voor de beveiliging, terwijl de Afghaanse militairen de huizen doorzoeken en de bewoners ondervragen. Inmiddels heb ik mij geïnstalleerd achter een aarde wal, met redelijk zicht op de omliggende omgeving. Even een ontbijtje maken; krakers met pindakaas. Over de radio komen echter steeds meer berichten binnen dat de Taliban zich verzamelt en snode plannen heeft. De focus staat bij iedereen op scherp. In de omgeving klinken enkele schoten. Eigen vuur. Her en der worden er zogenaamde ‘spotters’ waargenomen, Taliban die ons in de gaten houdt. Wij hebben hen echter ook in het vizier. Met een verrekijker en een telefoontje in de hand is het duidelijk dat de spotter, die zich vijf honderd meter van de voorste troepen bevindt, geen vogels aan bestuderen is. De pelotonscommandant besluit de GLA-schutter (Geweer Lange Afstand) in stelling te brengen. Deze geeft een waarschuwingsschot af, vlak naast de spotter, om deze op andere gedachten te brengen.

Hazenpad

Inmiddels is het vroeg in de middag geworden en de zon brand gaten in de militaire kleding. De fotograaf en ik hebben ons verplaats richting de pelotonscommandant, die zich ophoudt op het dak van een quala. Een goed punt, met een uitstekend overzicht op de omliggende omgeving. Het waarschuwingsschot op de spotter heeft de vijand voorlopig het hazenpad doen kiezen. Dat geeft de ANA de kans om een groot gebied van noord naar zuid te zuiveren. Hier en daar wordt wat munitie gevonden, af en toe klinkt er een schot. Het gerucht gaat dat de ANA op alles schiet wat beweegt. Maar bij navraag aan een van de Nederlandse mentoren die de Afghanen begeleiden, blijkt dat dit wel meevalt. Na een aantal uur in de snikhete zon op het dak van de quala, waarvan ik verwacht dat deze het elk moment kan begeven, breken we de patrouille af. We laten de huidige positie los en verplaatsen ons terug naar achteren, in richting van de voertuigen die net buiten het bewoonde gebied ‘in de overwatch’ staan. Ze houden vanaf die plek de omgeving scherp in de gaten en kunnen zo nodig vuursteun afgeven.Hier aangekomen staat er een voertuig van eenheid 1.7 ons op te wachten, waarmee Arief en ik, weer een ervaring rijker, terug kunnen rijden richting Kamp Holland.  De komende weken zal ik de poort niet meer verlaten. Door de ‘uitjes’ is er een hoop schrijfwerk op Kamp Holland blijven liggen. Aan de slag dan maar.

 

Operatie Pathan Ghar

februari 24, 2008 by bronkhorst

De operatie Pathan Ghar werd in het leven groepen om de overheersing van de Taliban in de omgving van Deh Rawod de kop in te drukken. Al enkele weken was ik op de hoogte dat deze grote operatie voor de deur stond. Mijn verwachtingen waren dan ook hoog gespannen, aangezien ik de situatie op papier moest krijgen. Ik zou het mee gaan maken.  Een klein relaas van de afgelopen week. 

Vanaf Kamp Holland vertrekken zaterdag 16 februari tientallen helikopters vol goed gemotiveerde Yankee’s, die de Taliban de eerste slag gaan toebrengen in de omgeving van Deh Rawod. Het plan is dat de Nederlanders meteen daarna het gebied intrekken om het karwei af te maken. Op zondag 17 februari vetrekken de fotograaf Arief en ik richting Deh Rawod, om de voorwaarts gaande troepen te portretteren. Omdat er geen helikoptercapaciteit is, moeten we met een rijdend konvooi die kant op. Ik krijg een lift in een kiepauto, die daar zal worden ingezet voor de opbouw van meer politieposten.  Zoals ik al eerder schreef heeft de term ‘weg’ hier niets van doen met wegen zoals we die in Nederland kennen. Als er ergens in het landschap bandensporen staan praat men hier al snel over de weg naar….. De ‘weg’ van Tarin Kowt naar Deh Rawod in een kiepauto zonder enige medewerking van vering of schokdempers is een behoorlijke uitdaging. Zonder een helm op je hoofd kun je behoorlijke verwondingen op lopen. Regelmatig klap ik met mijn kop strak tegen het dak van de kabine, als het voertuig weer eens door een diepe kuil ploetert. 

Hotsend en botsend

Onderweg rijden we door enkele dorpen. Langs de kant staan kinderen lachend met de duimpjes in de lucht gestoken en te zwaaien met hun handjes. Wij zwaaien terug. De kinderen van Afghanistan hebben het in ieder geval goed voor met ISAF, al is het alleen maar omdat er zo nu en dan een militair snoep in hun richting  gooit. De oudere garde die we zien, uitsluitend mannen, zitten in groepjes met elkaar thee te drinken. Ze bekijken het konvooi met een zekere scepsis, niet wetend wie zij nu eigenlijk moeten vertrouwen, ISAF of de Taliban. De route klimt de bergen in richting de Murghai pas. Hotsend en botsend volgt ‘mijn kiepauto’ de andere voertuigen, die beter gemaakt zijn voor dit soort ondernemingen. “We hadden de laadbak eigenlijk vol moeten stortten”, zegt de chauffeur, een sergeant van de genie. “Dan zijn we zwaarder en stuiteren we minder over de weg.” Leeg zijn we een speelbal van het onvergefelijke en extreme landschap.  

Amerikaans feestje

Na een ruige rit van ongeveer zes uur arriveren we op Kamp Hadrian in Deh Rawod. Het is kleiner dan Kamp Holland, maar dat heeft zo zijn charme. Ik ben redelijk gespannen, elk moment verwacht ik inkomend vuur. We begeven ons immers in het hol van de leeuw. Maar die rustig koffiedrinkende militairen op een bankje in de zon doen een beetje afbreuk aan mijn verwachting. Even verderop slentert men richting de eetzaal voor een warme hap. ‘We zitten hier toch midden in een operatie’, denk ik, terwijl ik mijn geweer wat minder krampachtig vast begin te houden. Enige navraag leert dat de Amerikanen hun werk grondig hebben gedaan. De Taliban is goeddeels uit het gebied verdwenen. Gevlucht, dan wel uit de weg geruimd. Voor de Nederlanders blijven er nog genoeg taken over, dat wel, maar die zijn wel minder spannend. Vele huizen moeten worden doorzocht op wapens, de basis voor nieuwe opbouwactiviteiten moet worden gelegd en het gebied moet blijvend gecontroleerd worden door de Nederlandse en Afghaanse militairen. De met veel tamtam aangekondigde operatie blijkt niets meer dan een Amerikaans feestje geweest te zijn. Uiteraard goed nieuws. De soldaten die permanent in Deh Rawod zijn gelegerd hebben de laatste weken al genoeg voor de kiezen gehad, met als absoluut diepte punt het overlijden van Aldert Poortema en Wesley Schol, die in een chaotische nacht door eigen vuur om het leven kwamen, en waarbij een andere militair zeer zwaar gewond raakte aan beide benen.  

Nasi

Een dag later rijd ik met een patrouille van een verkenningseenheid door het gebied dat afgelopen weken hevig onder vuur heeft gelegen. De schade, met name veroorzaakt door Amerikaanse bommen, is goed te zien. De omgeving kenmerkt zich door een onoverzichtelijke stelsel van irrigatiekanaaltjes, weggetjes, bomen, struiken en Quala’s (ommuurde woningen). Plaats dat geheel in een pikzwarte nacht, waarbij je continu onder vuur ligt, en je begrijpt een heel klein beetje in wat voor chaotische situatie de militairen in die fatale nacht hun werk moesten doen.De Verkenningseenheid neemt stelling op een kale bult, genaamd cemetery hill, in het noorden van de stad. Vanuit hier kun je het hele gebied overzien: Kamp Hadrian in het zuiden, het kleine kampje Volendam in het noorden en in het westen de Helmand rivier, waar op de overzijde de Amerikanen nog steeds strijd leveren met de Taliban. Maar aan onze kant van de rivier heerst een serene rust. “Een paar weken geleden had je hier nu gegarandeerd onder vuur gelegen”, vertelt de plaatsvervangend commandant van de verkenningseenheid. Voor hen is de rust, na weken van beschietingen, een vreemde gewaarwording. Ze profiteren ervan en beginnen midden op de heuvel een nasimaaltijd te bereiden. Vlees wordt gemarineerd, rijst gekookt, het ene na de andere ingrediënt wordt door de militairen tevoorschijn getoverd. Dit hebben die jongens eerder gedaan. Onder ons stijgt uit menig Quala ook de rook op uit de schoorsteentjes. Een doodnormale dinsdagavond, alsof het altijd vrede is geweest. Na een zeer rustig nachtje op de grafheuvel keren we terug naar Kamp Hadrian.  

Zut

Een dag later kunnen de fotograaf en ik aanhaken bij een eenheid die het kampje (Forward Operating Base, FOB) Volendam in het noorden aandoet. Vanuit dit kampementje, bestaande uit een aantal tenten en een geïmproviseerd toilet (een stoel met een gat in het midden), gaan we met de eenheid een aantal Quala’s doorzoeken in de hoop wapens en explosieven te vinden die de Taliban achter heeft gelaten. Hoewel de militairen de omgeving scherp in de gaten houden, lijkt de patrouille meer op een relaxt wandelingetje in het park. De bevolking is ons ter wille en blij dat de Taliban verdwenen is. Overal mogen we, nadat eerst de vrouwen aan het oog van de militairen worden onttrokken, de quala’s doorzoeken. Er wordt niets gevonden. Zo gaat het een paar uur lang. Zoeken, niets vinden, praatje hier, praatje daar. Toch valt zo’n patrouille niet mee. Je draagt namelijk een behoorlijke last mee: scherfvest, harnas met kilo’s aan munitie, water, eten en andere zut. Die avond lig ik op Volendam op een scheef veldbedje, luiterend naar het Afghaanse getetter uit de radio van een van de tolken die ook in de tent slapen. Maar ik slaap als een roos.De volgende middag kunnen we  terug naar Kamp Hadrian. Helaas worden we door de fel opgestoken wind op de terugweg gezandstraald. Het hele gebied is veranderd in een grote stofwolk. Zeker als het straks warmer wordt is dat eerder regel dan uitzondering. Ik moet er dus maar aan wennen dat alles continu onder het stof zit. 

Vacuüm

Verder is er in Deh Rawod weinig verhaal te halen. We zitten precies in het vacuüm tussen de gevechten en de aanvang van de opbouwwerkzaamheden, dat natuurlijk wel een mooie aanleiding is voor verhalen. Maar nu gebeurt er even niet zo veel. Het is dus zaak om zo snel mogelijk weer naar Tarin Kowt af te reizen. Het geluk is een keer aan onze kant en de fotograaf en ik kunnen zowaar op zaterdag mee met de chinook helikopter. Met donderend geweld hullen de grote overhangende wieken het kamp in een stofwolk. Zodra het gevaarte aan de grond staat stappen we in, om vrijwel direct op te stijgen, een fantastisch uitzicht als gevolg. Vlak langs de toppen van de ruige bergen, en rakelings over de grond vliegen we in een kleine 20 minuten weer naar Kamp Holland.  Operatie Pathan Ghar. Veel gezien, maar door de rustige omstandigheden nog weinig verhaal. Mark, de persofficier, weet mij bij aankomst te vertellen dat de Defensiekrant al anderhalve pagina heeft gereserveerd. De operatie moet groots aanbod komen………Even kijken hoe ik dat ga oplossen…..  

combat-reporter-kopie-2.jpg

In recordtijd van KAF naar TK

februari 21, 2008 by bronkhorst

Geachte mensen. Na een lange radiostilte hier weer even een update. De afgelopen weken stonden hier in het teken van de operatie Pathan Ghar in Deh Rawod. Daar hebben jullie vast wel wat van meegekregen in Nederland. Dat zorgde ook bij mij voor nogal wat drukte. Vooral het feit dat ik van te voren niets kon vertellen van de komende operatie kostte me veel energie. Je wilt publiceren, maar je mag niet. Jeukende vingers! Maar hier dan eindelijk een kleine impressie van de afgelopen tijd. De dagen voorafgaande aan de operatie Pathan Ghar ben ik meegereisd met de militairen van de Battlegroup. Dat zijn de jongens die het betere knokwerk verzorgen. Zij moesten vanaf Kandahar, een grote stad die op 172 kilometer van Tarin Kowt ligt, een groot konvooi met goederen beveiligen dat met spoed naar  Kamp Holland moest. Het konvooi bevatte naast allerlei verschillende goederen als wapens en munitie ook tientallen voertuigen voor het Afghaanse leger. Dit materiaal was van cruciaal belang voor het slagen van de operatie Pathan Ghar. Het Afghaanse leger houdt zich namelijk op steeds grotere schaal bezig met het herstellen van de veiligheid in Uruzgan en had derhalve een grote rol in de operatie. Inmiddels is er een complete brigade bij Kamp Holland, mede door de Nederlanders, uit de grond gestampt. De komst van al die goederen gaf dus een enorme impuls aan het Afghaanse leger.

De heenreis van Tarin Kowt (TK) naar Kandahar was ongeveer 10 uur rijden. Bij het vliegveld van deze stad ligt het militaire hoofdkwartier over alle zuidelijke Afghaanse provincies. Dit multinationale kamp is afgrijselijk groot. Het wordt aangeduid als KAF (Kandahar Airfield) en militairen van tientallen nationaliteiten hebben zich hier gevestigd om hun bijdrage te leveren. Bij aankomst op KAF, tegen de avond,  mochten we een slaapplekje uitzoeken in een immense tent waar honderden bedden kriskras door elkaar in stonden. Keuze zat. Omdat we pas drie dagen later met het grote konvooi terug zouden rijden had ik dus twee dagen te vullen. En wat doe je dan? KAF is een groot kamp, dat wel, maar de ontspanningsmogelijkheden zijn beperkt. Er zijn een aantal winkeltjes waar je allerhande militaire goederen of T-shirtjes kunt aanschaffen. Enkele kerels van onze club presteerden het om er in 48 uur ruim 800 dollar door te jassen. Tsja, wat moet je anders met je tijd.Ik heb twee dagen rondgehangen in de Echos, een soort ontspanningsruimte waar je wat kunt eten en tv kunt kijken. Ik heb hier het extra dikke kerstnummer van Elsevier van voor tot achter en weer terug gespeld. Tsja, wat moet je anders met je tijd. 

Uiteindelijk kon de terugverplaatsing met het konvooi aanvangen. Om 03.00 uur in de nacht klommen we weer in de militaire voertuigen. Meer dan 80 andere wagens sloten zich bij ons aan, beladen met de meest uiteenlopende goederen. Als toetje kregen we ook nog elf tankwagens, gevuld met kerosine voor helikopters, mee. De weg naar Tarin Kowt is echter geen vierbaansweg naar Nederlands model. Qua beschrijving kom ik het meest dichtbij als ik naar een tractorpad verwijs. Grote delen van de route zijn ook nog eens onverhard, en dat betekent in Afghanistan of veel stof, of veel modder. Door de smeltende sneeuw hadden wij modder, bagger en blubber. Voor militaire voertuigen geen probleem, maar voor de tankwagens werd het een ramp. De weg kent veel hoogteverschil. Dat in combinatie met de modder zorgde ervoor dat die wagens hopeloos vastliepen. Veel oponthoud dus. Vanwege de veiligheid probeert het konvooi zoveel mogelijk aaneengesloten te rijden. Maar door de vastlopende tankwagens vielen er grote gaten in de ‘polonaise’ aan voertuigen. Dus moest men continu op elkaar wachten. En dat kostte heel erg veel tijd. Maar steeds op het moment dat we het wachten zat begonnen te worden, scheerde er weer een vriendschappelijke straaljager met kolossaal kabaal op geringe hoogt over het konvooi, waardoor iedereen weer klaarwakker was.  Uiteindelijk hebben we de elf tankwagens uit hun benarde posities verlost door ze er met de sterke militaire voertuigen door de modder en over de bergen heen te slepen.  

Uiteindelijk, na een redelijk slopende twintig uur, reden we weer door de poort van Kamp Holland binnen.

Gemiddelde snelheid: 10 km/uur.

Tijdsduur: 20 uur.

Totale afstand verplaatsing: 172 kilometer.

Volgens de konvooicommadant had nog niemand er zolang over gedaan. Een record. Mooi meegenomen!

Klantenservice op Kamp Holland

februari 8, 2008 by bronkhorst

Omdat ik jullie niet wil lastig vallen met het monotone leven op het kamp, vermoei ik jullie nog maar eens met een der artikeltjesDit verhaaltje heb ik onlangs geschreven voor het blad Monitor, een magazine voor het thuisfront.

Klantenservice op Kamp Holland

Een nieuwe dag op Kamp Holland. Douchen, tandpoetsen en jezelf even lekker scheren. Helaas, het scheerapparaat weigert. Kapot. Gelukkig heb je nog recht op garantie. Maar  de dichtstbijzijnde klantenservice ligt ongeveer vijfduizend kilometer uit de route.  In Tarin Kowt dan maar een nieuwe halen? Ook geen optie. Waar kun je dan tenslotte nog naar toe? Precies. Het Elektrotechnisch Materialen Team. 

Op het moment van spreken hangt sergeant-majoor Jan half in een wasmachine. De klussen gaan altijd door, ook tijdens een interviewtje met de Monitor. Het zijn drukke tijden voor Jan en zijn collega sergeant-majoor Jaap. Ze hebben zich ontfermd over de 44 wasmachines op Kamp Holland die het klokje rond draaien om de tenues van de militairen weer fris te laten ruiken.  “De slijtage is enorm omdat de machines maximaal gebruikt worden”, legt Jan, al graaiende in zijn gereedschap kist, uit. “Die dingen staan bijna nooit stil.” 

Stiekem

De beide sergeant-majoors maken deel uit van het vijf koppen tellende Elektrotechnisch Materialen Team (ETM-team), van het Hersteldetachement op Kamp Holland. Stiekem hebben de herstelwerkzaamheden aan de wasmachines niets met hun eigenlijke werk van doen. Sergeant majoor Jan, in Nederland werkzaam bij 310 Herstelcompagnie van 105 Cisbataljon, houdt zich in de eerste plaats bezig met de reparaties van de satellietverbindingen op het kamp. En zijn collega Jaap, na de uitzending weer in dienst van het Herstelpeloton 11 Pantsergeniebataljon in Wezep, moet ervoor zorgen dat het radioverkeer in de lucht blijft. “De andere reparaties doen wij er dus gratis bij”, legt Jan uit, terwijl hij de deur uit de wasmachine schroeft.  “We krijgen nog veel meer onder onze neus geschoven”, vult Jaap aan. Het team heeft de afgelopen twee maanden voor de meest uiteenlopende zaken de gereedschapskist moeten openen.  Radio’s, föhns, laptops, koffiezetapparaten, printers, hoofdlampjes, fitnessapparatuur, scheerapparaten, de lijst met te repareren spullen is eindeloos. “Eigenlijk proberen we alles waar een stekker aan zit weer aan de praat te krijgen”, slaat Jaap de spijker op de kop.   

Kogellager

Naast deze ‘vrijwillige’ klussen hebben de techneuten er dus sinds kort een nieuwe uitdaging bij. Vrijwel dagelijks moeten ze uitrukken omdat een van de wasmachines het begeven heeft. “De één na de ander legt het af”, aldus Jaap. “Het probleem zijn de kogellagers die ervoor zorgen dat de trommel rond kan draaien. Die gaan vaak kapot.” Door het intensieve gebruik wordt de houdbaarheidsdatum van de wasmachines sterk teruggebracht. “Op dit moment hebben we al bij negenentwintig procent van de wasmachines deze lagers moeten vervangen.  Ik hoop dat de nieuwe bestelling snel binnenkomt”, aldus de immer goedlachse technicus Jan. “Ik heb namelijk nog maar één kogellager op voorraad.” 

Kansloos

Door de extra werkzaamheden in de wasserette zijn Jan en Jaap inmiddels goede bekenden geworden bij het Afghaanse personeel.  Jaap:  “We weten meteen hoe laat het is wanneer ze ‘kansloos, kansloos’ beginnen te roepen als we binnenkomen. Dan is er weer één kapot.”  Overigens doen de 44 wasdrogers het een stuk beter. “Daar hebben we eigenlijk zelden problemen mee.”  Niet dat de mannen van te voren hadden gedacht dat ze op Kamp Holland bijna dagelijks met hun hoofden in wasmachines te vinden zouden zijn. Jan: “Ik heb wel eens een vierdaagse cursus gehad over de techniek van de wasmachine. Maar daar werd meer de elektronische kant belicht. Jaap: Ik heb één dag een cursus gedaan. Daarvoor had ik nog nooit in een wasmachine gekeken.”  Een flinke dosis gezond technisch verstand bleek de juiste methode om ook deze techniek onder de knie te krijgen. “Zo kwamen we er ook achter dat je niet eerst de hele machine hoeft te slopen om de trommel eruit te kunnen halen”, roept Jaap boven het geronk van een centrifugerende wasmachine uit.   

Extra

Wie overigens een wasmachine weet te ontmantelen vindt zo nu en dan nog wel eens wat. Er is altijd wel iemand die vergeet de zakken leeg te maken voor het wassen. “Laatst vond ik zeven euro”, lacht Jan. Een schrale troost voor het harde werk. Maar ze doen het graag. “Alles wat wij buiten onze eigenlijke functies repareren is extra werk”, verzekert Jaap. Je komt de mannen daarom overal op het kamp tegen.” “Ik hoor het regelmatig van andere mensen”, bevestigt Jan. “Doe jij dit ook al? vragen ze dan vol verbazing als ik plotseling aan het bewakingssysteem loop te sleutelen. We doen inderdaad veel”.Op een gegeven moment heeft het ETM-team wel paal en perk moeten stellen aan alle extra belasting. “Het einde was zoek. We gingen maar door. We waren alleen nog maar met werk bezig. Je moet ook een beetje aan je gezondheid denken. Nu gaan we met het team na afloop van de werkdag lekker sporten. Even tot rust komen.” 

Oppakken

De twee techneuten vinden hun baan op Kamp Holland prachtig. “Je hebt hier een bepaalde vrijheid in je werk die je in Nederland niet hebt,” legt jaap uit, terwijl hij een waterpomptang doorgeeft aan zijn collega. Die vult aan: “Je kunt enorm veel dingen oppakken. Dat maakt het een zeer afwisselende baan.” De team spirit geeft een extra positieve draai aan de job. “We helpen elkaar uit de brand als de ander het te druk heeft. Maar je zult van ons nooit een ‘nee’ horen als iemand om onze raad vraagt”, verklaren ze stellig. “ Er is altijd wel iemand in ons team die verstand heeft van het apparaat dat ter reparatie wordt aangeboden. En zo niet, dan komen we er uiteindelijk wel achter wat het probleem is.” 

Handeltje

Op de vraag op ze niet een zeer lucratief handeltje zouden kunnen opzetten op het kamp schudden ze resoluut het hoofd. “We vragen niets voor onze diensten. Als we de tijd kunnen vinden kijken we  graag even naar het defecte apparaat. ” De laatste tijd loopt het echter niet meer zo’n  storm als in het begin van hun uitzending. “We zitten hier nu ruim twee maanden. Waarschijnlijk hebben we alles wel  zo’n beetje gerepareerd”, grijnst Jaap. Samen schroeven ze de kappen weer op de wasmachine. De stekker gaat in het stopcontact. Het apparaat geeft een teken van leven. “Zo, weer eentje klaar.”