Na een lange radiostilte heb ik toch de moed en kracht gevonden om weer eens wat neer te priegelen op deze weblog. Verschillende mensen wezen mij erop dat het laatste bericht alweer van begin mei dateert. Hoewel ik hier in Uruzgan bepaald niet heb stilgezeten, ontbrak eigenlijk simpelweg de wil om een verhaaltje te plaatsen. Echter, op veler verzoek (ongeveer drie mensen attendeerden mij op de verwaarloosde weblog, dus ik heb in ieder geval drie lezers….dus), heb ik de inspiratiebron nog wat dieper uitgeboord en zowaar een vleugje tekst op weten te pompen. De afgelopen week stond in het teken van een aantal tochtjes met de helikopter.
De MI26, ofwel de ‘Halo’, doet geregeld wat stof opwaaien.
Op dinsdag konden de cameraman (en fotograaf) Richard en ik meevliegen met de MI 26, de grootste transporthelikopter ter wereld, ook wel de ‘Halo’ genoemd. Deze immense helikopter vliegt een aantal keer per week naar Kamp Holland en Camp Hadrian in Deh Rawod om de voorraden op de kampen op peil te houden. Er wordt dus veel voedsel mee vervoerd, maar er kunnen ook complete voertuigen met deze luchtreus worden overgevlogen. Of, zoals dinsdag, een groot aantal koelkasten. Dan hoeven ze op Deh Rawod niet de hele tijd warme flesjes water te drinken. En serieus, het drinken van warm water is in een oververhit klimaat is echt niet lekker. De Halo wordt door Defensie ingehuurd bij een transportbedrijf. De crew bestaat uit Russen. En die zijn lekker makkelijk. Geen gedonder met veiligheid, maar gewoon lekker tijdens de vlucht rondlopen in het reusachtig laadruim, met je hoofd uit de ronde raampjes hangen en lekker genieten van de slome, prettige vlucht. Door deze soepele Russische houding konden Richard en ik maximaal filmen en foto’s schieten. Bruine messcherpe bergkammen, grijze drooggevallen rivierbeddingen en donkergroene vruchtbare stroken land trokken langzaam onder ons door. (ivm de welbekende kleurenblindheid neem ik geen verantwoordelijkheid voor eventuele foutief gebuikte kleuraanduidingen). Na een half uurtje vliegen landden we op Camp Hadrian in Deh Rawod. De vervoerde spullen werden razendsnel uitgeladen, nieuwe zooi erin, en hop, voor we het wisten hingen we alweer in de lucht. Terug naar TK. 
Typisch Uruzganees landschap.
Kotsen
De volgende dag stonden Richard en ik echter al weer om 06.00 uur paraat bij de ‘heli landing site’. Dit keer om met een Chinook helikopter richting Chora te vliegen. Hier zou een nieuw schoolgebouw geopend worden. De heenvlucht laat zich het best omschrijven als een twintig minuten durende achtbaanrit. Sterk stijgend, dan weer een vrije val-achtige duikvlucht makend, kliefden de wieken door Uruganeese lucht. Normaliter zijn het capriolen waar ik wel voor te porren ben. Echter wekte deze vliegkunst antiperistaltische bewegingen bij me op, ofwel, het kotsten stond mij nader dan het lachen. Misschien had ik toch snel een ontbijtje moeten wegtikken voor vertrek. Maar mijn ontbijtroutine bestaat al maanden uit een kop koffie, begeleid door een sigaretje. Maar voor deze vlucht wellicht toch iets te licht op de maag. Afijn, het helletochtje duurde gelukkig niet zo lang, dus voordat mijn lege maag de kans had om nog leger te worden, stond de Chinook al aan de grond in Chora. Schooltje openen, fotootjesmaken, aangezien Richard bezig was met de videocamera, snel een paar druiven in mijn mik stoppen en we konden alweer naar de landingsite voor de terugvlucht. Die verliep overigens zonder noemenswaardige lichamelijk problemen, dus kon ik even lekker van het immer prachtige uitzicht genieten.
Tour of Duty
Tenslotte stond er voor vrijdag een tripje naar de Baluchivallei op het programma. Afgevaardigden van het provinciaal bestuur van Uruzgan brachten voor het eerst een bezoek aan deze regio, omdat met de komst van een nieuwe buitenpost in dit gebied de veiligheid met sprongen vooruit is gegaan. Richard en ik natuurlijk mee, wederom gebruikmakend van de luxe die de snelheid van de Chinook met zich meebrengt. Vanaf Kamp Holland is het hooguit tien minuutjes ‘wentelwieken’ naar de Baluchivallei. Maar het zijn wel 10 fantastische minuten. Laag over de grond scherend zocht de heli zijn weg door het kale en door de zon verschroeide landschap. Het ding vloog af en toe zo laag dat je regelmatig vermoedde dat we de grond nu toch echt zouden gaan raken. Enige visoenen met de succesvolle jaren ’80 serie Tour of Duty waren mij tijdens de korte vlucht niet vreemd. Ik begon zelfs onbewust de begintune Paint it Black van de Stones te neuriën. Waarschijnlijk door een iets verhoogd adrenalinegehalte hield mijn lichaam zich goed, ondanks mijn ongewijzigde ontbijtprotocol. Rakelings scherend langs bergkammen, dan weer scherp naar recht of links zwenkend, zette de piloot het toestel na tien minuten perfect op de plaats van bestemming. Stofwolken van tientallen meters hoog ontrokken de hele omgeving aan het zicht.
Na afloop van de bijeenkomst tussen verschillende lokale bewoners, Afghaanse bestuurders en collega’s van het Provincial Reconstruction Team, moesten we nog even een paar uurtjes wachten op de lift terug. Bij temperaturen die de veertig graden ruim overstegen, betekende dat lekker goed transpireren, water drinken, en dat er dan meteen weer uit zweten.
Edoch, op een gegeven moment kwam dan toch het geluid van klappende wieken over de heuvels aanrollen. Staande bij de landingsplaats weet je dat zodra de heli gaat landen, je een orkaan aan stof, steentjes en ander stukken Afghaans landschap over je heen krijgt. Je probeert je dan ook zo goed mogelijk tegen deze ‘stoftsunami’ te beschermen. Eenmaal geland begon het inbeuken tegen de gloeiende met kerosine doordrenkte wind die de motoren van de Chinook uitbraakte en probeerde ik de ‘chopper’ te bereiken. Laatste man aan boord? En weg was de helikopter weer. Met hetzelfde recept: een spectaculair tochtje, grandioze vergezichten en een aantal nieuwsgierige lokale bewoners achterlatend onder een dik gordijn van het fijnste stof op aarde.
foto: Guus Dubbelman
Een Tsunami aan Afghaans landschap vliegt om je oren als de Chinook de landing inzet.















